Wie zit er eigenlijk in dat insectenhotel?
Over insectenhotels en hoe je die zelf kunt maken (koop niet die troep van de Intratuin) heb ik al genoeg geschreven.
Maar wie woont er nu in? Wonen is in dit verband een nogal rekbaar begrip. Er worden eieren in die hotels gelegd, met wat voedsel, en de gaten worden dichtgemetseld. De eieren komen uit, de larve eet het voedsel op, verpopt, en ontpopt als een volwassen insect dat zich naar buiten knaagt.
Hieronder: een rosse metselbij. Een man trouwens. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
Verschillende insecten hebben verschillende perioden waarin ze actief zijn. Op dit moment is de rosse metselbij actief; die zie je nu dus heel veel bij insectenhotels. En ook de parasieten die de hotels bezoeken verschillen per periode. Als je een beetje op mijn blog rondneust kom je van alles tegen. Van koekoeksbij tot muurrouwzwever, wolzwever en koolmees. Ik zag zelfs een grote bonte specht bij de insectenhotels.
Je trekt met insectenhotels dus meer dan alleen nestelende solitaire bijen.
Nog een belangrijke tip: zorg voor veel inheemse bloeiende planten in je tuin. Daarmee trek je aanmerkelijk meer verschillende insecten dan bijvoorbeeld een tuin vol lavendel. Hoewel zo’n tuin zoemt van de hommels, zul je er eigenlijk weinig verschillende soorten insecten zien. Lees ook even hier de nodige adviezen van de vlinderstichting.
Hieronder: schade aan het metselwerk door een grote bonte specht
Hieronder: muurrouwzwever. New wave, noemde je zulke lui in de jaren ’80.
Hieronder: later in de zomer kun je de muurwesp bij je hotel zien.